.jpg)
.jpg)
.jpg)
Het belang van inheemse bloemen
25-03-2025
IMBY breekt graag een lans voor inheemse planten in tuinen. Deze planten gedijen hier goed omdat ze aangepast zijn aan ons klimaat en onze bodem. Ze vereisen weinig zorg en zijn minder vatbaar voor ziekten en plagen dan veredelde sierbloemen. Belangrijker nog is dat sinds 10,000 jaar onze insecten samen geëvolueerd zijn met onze bloeiende planten en dat er een wederzijdse afhankelijkheid ontstaan is.
Onze bestuivers - wilde bijen, hommels, zweefvliegen, dag- en nachtvlinders en prachtkevers – zijn afhankelijk van bloeiende planten voor hun voedsel, met name suikers in de vorm van nectar voor de volwassen insekten en van eiwitten in de vorm van stuifmeel voor de larven. Anderzijds zorgen deze insecten tijdens hun bezoek van bloem naar bloem voor de bestuiving door stuifmeel van het mannelijke deel van de bloem, de meeldraden, af te zetten het vrouwelijke deel van de bloem, de stamper.
Bestuivers zijn belangrijk bij éénslachtige vrouwelijke of mannelijke bloemen omdat een afstand moet overbrugd tussen de bloemen, maar ook bij tweeslachtige bloemen – bloemen met zowel stamper als meeldraden is bestuiving door insecten nodig en bevordert deze kruisbestuiving de genetische diversiteit. Na de bestuiving treedt er bevruchting op en ontwikkeld een vrucht met zaden. Zonder bestuivers dus geen appels, peren, kersen of pruimen maar ook geen aubergines, boontjes, courgettes of pompoenen.
80% van al onze bloeiende planten en 75% van ons plantaardig voedsel is afhankelijk van bestuivers. De overige planten hebben bestuiving door wind of water. Jammer genoeg gaat het niet goed met onze bestuivers. In de laatste 35 jaren is er een afname in insecten met 78%, omwille van te weinig voedsel, verlies van habitat en het gebruik van pesticiden. Dit heeft niet alleen een impact op insectenetende vogels en andere dieren maar ook op onze voedselzekerheid. Het goede nieuws is dat je in een tuin een positieve bijdrage kan leveren voor de bestuivers. Plant inheemse kruiden, struiken of bomen in je tuin en voorzie zo in een weelde van nectar- en stuifmeelbronnen, idealiter van maart tot november. In een vorige blog spraken we al over het belang van een lange bloeiboog in je tuin, zodat er elke maand verschillende planten bloeien.
Volwassen insecten zijn voor hun nectar niet zo kieskeurig en bezoeken vaak meerdere soorten bloemen. Soms zorgt een lange smalle bloemvorm ervoor dat enkel insecten met een lange tong tot bij de nectar geraken, ook al zijn er hommels die dit weten omzeilen door een gaatje te boren in de zijwand. Toch zie je hoe bepaalde bloemen en bestuivers op elkaar afgestemd en geëvolueerd zijn.
Daarnaast is de ene nectar de andere niet en dat is ook zo bij stuifmeel. Net zoals in ons dieet is er een bepaalde voedingswaarde aan gekoppeld en kunnen we de bloemen onderverdelen met lage (N1) en hoge nectar (N5)- en stuifmeelscores (P1-P5). In de tabel hieronder zie je echte topplanten die zowel hoog scoren qua suikers als eiwitten. Sommige planten hebben dan weer wel waardevolle nectar maar geen stuifmeel en vice versa.
De larven van insecten zijn daarentegen wel kieskeurig en sterk gebonden aan bepaalde plantensoorten. We spreken dan van waardplanten, die dienen als voedselbron en leefomgeving voor een bepaald insect, zoals een rups, kevertje maar ook plantparasiet. Zonder deze waardplanten kunnen soorten zich niet ontwikkelen of voortplanten, het gaat dus om meer dan voedsel alleen. Het loont dus om een breed gamma aan inheemse soorten van verschillende plantenfamilies in je tuin te combineren.
De larven of rupsen van bepaalde vlinders bijvoorbeeld eten enkel de bladeren van specifieke waardplanten. Soms is dat zelfs een één op één relatie, zoals de relatie tussen de rups van jacobsvlinder en jacobskruiskruid. Jacobskruiskruid is trouwens een waardplant voor 40 soorten vlinders, vliegen, bladkevers en plantparasieten. Sommige larven zijn dan weer sterk afhankelijk van één bepaalde plantenfamilie, zoals de rups van de koninginnenpage die enkel op schermbloemigen voorkomt. De moestuiniers onder jullie weten ongetwijfeld dat de koolwitjes van koolsoorten en andere kruisbloemigen houden. Het oranjetipje is gebonden aan de pinksterbloem, look-zonder -look en judaspenning. Onze grote brandnetel is ook een belangrijke waardplant voor de rups van kleine vos, dagpauwoog, atalanta, landkaartje en gehakkelde aurelia. Laat ze dus zeker ergens in je tuin staan.. Vele smaken en verschillen, voor elk wat wils.
De natuur zit mooi in elkaar. Kleur zelf je tuin ook met meer inheemse bloemen en word beloond met meer fladderende vlinders en zoemende bijen. Zo draag je ook een steentje bij aan het voortbestaan van onze insecten. Die trekken dan weer vogels, vleermuizen, amfibieën aan en voor je het weet heb je een 1000-soortentuin. Veel plezier ermee!
Reacties
- Interessant en bijkomend inzicht, al kan ik me niet van de indruk ontdoen dat sommige hardnekkige planten die ik als onkruid beschouw sterk woekeren en de rest verstikken als je er niet tegen optreedt :) (Johan en Erika)
- Ja inderdaad sommige inheemse soorten kunnen de overhand nemen. Zo zijn vb haagwinde, ridderzuring en akkerdistel soorten die je best in toom houdt of ze nemen de overhand. Zoals steeds met een ecologische tuin is het een kwestie van observeren, tijdig ingrijpen en op zoek gaan naar een evenwicht. Maar in mijn ervaring komen er zeker evenveel zoniet meer mooi verrassingen uit de zaadbank als je ze toelaat. (An van IMBY)
Geef een reactie